Verhalenbundel
Opvang van paarden - door Hilde Decrock
Ik heb ondertussen toch al enkele paarden van de slacht kunnen redden en een goed thuis kunnen vinden voor hen. Maar op 8 mei heb ik toch het ergste geval gezien van mijn leven. Zoiets had ik nog nooit gezien. Ik ben een zwaar verwaarloosd paardje gaan ophalen in Mechelen. Dat was zo'n kleine twee uur rijden van bij mij. Toen ik daar toekwam, schrok ik heel erg. daar stond Bennethon, een uitgemergeld paardje dat ieder moment door zijn benen kon zakken van ontbering. Zijn ruggegraat stak 10 cm boven zijn rug uit, hij leek net op een kameel. Ik heb hem onmiddellijk op de trailer gezet richting huiswaarts.
Bennethon was levensmoe, hij had geen levenslust meer en was zeer ongelukkig, het kon hem gewoon allemaal niet meer schelen wat er met hem gebeurde. Ik heb erbij staan wenen. De dag nadat ik hem opgehaald heb, ging ik in het midden van de weide zitten. Bennethon kwam naar mij toe en kwam zo dicht met zijn hoofd tegen het mijne. Het was alsof ik met hem kon communiceren, misschien was dat wel via Fleur. Ik kreeg door dat Bennethon heel hard zijn best zou doen om er terug helemaal bovenop te geraken. Echt, wij waren geestelijk aan het praten met elkaar.
De eerste dagen kon Bennethon niet veel eten want zijn maag liet dat niet toe. Hij had al die tijd voordat hij bij mij was, bijna geen eten gehad en daardoor kon hij nog geen grote porties eten. De vorige eigenares reed nog met hem, in zijn erbarmelijke toestand. Gewoon schandalig. Hij stond te wankelen op zijn benen.
Maar, dag na dag zag ik hem veranderen in de positieve zin. Na slechts 42 dagen is hij een prachtpaard geworden met een gouden karakter. Het was de bedoeling om hem op te knappen en een hele goede thuis voor hem te zoeken, maar wij zijn zo aan elkaar gehecht geraakt, hij is zo lief en dankbaar, dat ik hem nooit meer kan wegdoen. Ik ben er heel trots op hoe hij er nu uitziet. Vele mensen dachten dat het mij en Bennethon nooit zou lukken, maar bekijk de foto's eens en overtuig uzelf. Ik stuur je foto's van hoe hij eruitzag toen ik hem pas had en foto's van hoe hij er nu uitziet. Wat een verschil, hé. Ik zie hem zo graag.


---------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dakloze katten onder dak - door
Marleen Drijgers
Zwerfkatten worden gevangen, gecastreerd of gesteriliseerd, teruggezet
en gehuisvest.
Ze zat voor mijn schuurtje, was hoogzwanger en zei zachtjes mieuw?.
Vanzelfsprekend noemde ik haar Mieuwtje. Ik mocht haar niet aanraken en slechts
tot op een paar meter naderen. Het schuurtje grenst aan een groot parkeerterrein
in het centrum van de stad. Bepaald geen geschikte plaats om te bevallen.
Met wat voedsel lokte ik haar in de schuur en begon een zoektocht naar een
goed adres voor haar.
Het asiel wilde haar wel hebben, maar
lang zou ze daar niet mogen blijven. Wilde en verwilderde katten konden niet
bij mensen worden geplaatst, dus voor zowel Mieuwtje als haar kinders moest
een definitief spuitje uitkomst bieden. Ze zouden er niets van voelen.....
De 60 (tamme) katten en 70 kittens die ze daar s zomers aan de staatstenen
niet kwijt kunnen, verklaarden dit strenge regime.
Natuurlijk ging Mieuwtje niet naar het asiel en de volgende dag beviel ze
van 3 prachtige jongen. Al gauw waren bij kennissen goede adressen gevonden
voor deze mooie kittens: een helemaal muisgrijs katertje en twee lapjeszusjes.
Mieuwtje zou ik na twee en een halve maand gecastreerd weer op straat zetten,
was het plan.
Ik wist dat er zwerfkatten in het centrum
van de stad leefden. Op een bedrijfsterrein met loodsen, lang gras en bosjes
midden in de stad ,vonden veel verwaarloosde katten en hun nakomelingen-
een schuilplaats. Om de paar jaar werden de katten gevangen door het asiel
en ik wist nu wat hun lot was. Daar moest van nu af aan verandering in komen.
s Avonds zag ik een kleine
zwarte moederpoes met 4 kittens van ongeveer 7 weken oud de winkelstraat in
sluipen. Behendig dook ze met een sprong de vuilnisbakken in om er soms met
iets eetbaars uit te komen. De kittens waren net zo mager als hun moeder.
De eigenaresse van de parfumeriezaak op de hoek hield heel veel van dieren,
zei ze. Ze vond het zo erg om al die kleine katjes elk voor- en najaar te
zien. Maar ja, wat kon ze er aan doen? Niets toch?
Ik woonde nog niet zo lang in deze stad, maar vond dat ik wel wat kon doen. Geen woorden, maar daden, werd mijn motto. Dagelijks ging ik de uitgehongerde katjes aan de rand van het bedrijfsterrein eten geven. Al na een paar weken zaten ze s avonds op me te wachten als het voedertijd was. Stapje voor stapje won ik hun vertrouwen en werd de afstand tussen de katjes en mij letterlijk en figuurlijk kleiner. Met behulp van een hondenbench slaagde ik erin om ze één voor één te vangen. Hun zin in gerookte makreel was groter dan de angst voor die grote kooi met een lang dun nylon koord aan het deurtje. Na een jaar waren alle 15 zwerfkatten gecastreerd en werden 7 kittens gesocialiseerd en door kattenliefhebbers geadopteerd.
De zwerfkatten werden goed voorzien van eten en drinken, maar ik was nog niet tevreden. Als het hard regende trof ik s avonds op de voederplaats doornatte katten aan. Om het eten niet mis te lopen bleven ze gewoon in de regen op mij wachten. En ook sneeuw, hagel of storm schuwden ze niet. Eigenlijk hadden ze een afdak nodig waaronder ze zouden kunnen schuilen en eten. Of nog beter, ze zouden een huis moeten hebben om ook in te kunnen slapen! Een overtuigend gesprek met de manager van het betreffende bedrijf bracht uitkomst. Hij was het met mij eens dat het voor iedereen het beste was als de katten een eigen plek op het terrein zouden krijgen. Ze liepen dan niemand voor de voeten en de populatie was zo beter beheersbaar. Bovendien hadden de katten een functie: het terrein vrijhouden van ratten en muizen. De zwerfkatten werden benoemd tot bedrijfskatten
Een afgeschreven schaftkeet op wielen
werd na enige vertimmering omgebouwd tot een onderkomen met 2 kamers en 2
ingangen. Kartonnen dozen met dekentjes zorgden voor warm en zacht comfort.
Het eerste kattenhuis was een feit. Na een week hadden alle katjes een plekje
veroverd in hun nieuwe verblijf. Sommige dikke maatjes sliepen zelfs samen
in één doos. Ik was tevreden, evenals de katten.
Ook de bedrijfsleiding was zeer tevreden over het functioneren van het kattenhuis.
Er werden geen kittens meer geboren, de katten zagen er gezond uit en er was
geen rat of muis te bekennen. Het bedrijf had nog een dependance in een verder
gelegen groot industriegebied, waar eveneens veel zwerfkatten waren. Of ik
misschien bereid was om daar ook een zwerfkattenproject te starten? Tja, dat
wilde ik wel, maar ik kon dat niet alleen. De lokale afdeling van de Dierenbescherming
wilde niet meehelpen. Dus samen met een paar vriendinnen organiseerde ik een
grootscheepse castratie-actie. Gevangen kittens werden gesocialiseerd en herplaatst.
Tot onze verbazing werden op dit industrieterrein tevens diverse tamme katten
aangetroffen. Ze moesten daar gedumpt zijn, want in de verre omtrek was geen
boerderij of woonhuis te bekennen. Eén kat was zelfs gechipt en bleek
uit een andere provincie te komen. Er zijn blijkbaar ook buurtbewoners die
een kat meenemen om hem of haar honderden kilometers verderop los te laten.
Duivenmelkers en kattenhaters zijn hiertoe in staat. Eigenlijk zou iedereen
zijn of haar kat moeten laten chippen.
Alle gecastreerde katten werden
geoortipt, dat wil zeggen dat er van het rechteroor een klein stukje werd
geknipt. Dit gebeurt onder narcose tijdens de castratie. Zo is gemakkelijk
te zien welke kat wel en welke nog niet gecastreerd is. Bovendien voldeed
een hondenbench niet meer als vangkooi. De meeste katten waren in het wild
geboren en erg schuw. Een kooi waarvan het deurtje met een touwtje werd dichtgetrokken,
was hier geen optie. Een professionele vangkooi werd daarom via de dierenarts
aangeschaft. Aan het eind van de winter hadden we een twintigtal katten gevangen,
gecastreerd en gehuisvest in een prachtig kattenhuis. Twee medewerkers van
het bedrijf zorgden dat de katten dagelijks werden gevoerd met het kattenvoer
dat wij elke maand brachten. De afvalcontainers bij de bedrijfskantine werden
nu niet meer geplunderd door hongerige katjes.
Een naburig bedrijf in het industriegebied
wilde ook wel dat er iets werd gedaan aan het kattenprobleem op
hun terrein. En zo kwam er een derde kattenhuis, dat ditmaal door de technische
dienst van het betreffende bedrijf in elkaar werd getimmerd. Een raam en twee
echte kattenluikjes maakten het kattenverblijf ideaal. Twee medewerkers kregen
bovendien de verantwoordelijkheid voor de katten in de schoenen geschoven.
Gelukkig zijn het echte kattenliefhebbers, die de katten elke dag goed verzorgen.
Het kattenvoer wordt door onsmaandelijks
aangeleverd.
Van het één komt het ander en inmiddels zijn er 6 kattenhuizen
en een zevende in voorbereiding. Een pipowagen, een caravan, een blokhut en
ook hondenhokken en grote plastic opbergboxen zijn geschikt gemaakt als onderkomen
voor katten. In het industriegebied hebben we sinds november 2003 al bijna
150 zwerfkatten gevangen en dat doen we uitsluitend in de wintermaanden vanaf
eind oktober tot en met februari (om te voorkomen dat we zogende moederpoezen
vangen). We hebben een heuse Werkgroep opgericht met een paar goed gemotiveerde
vrijwilligers en zijn in bezit van 5 degelijke vangkooien. Wij bedelen overal
om geld om zowel de castraties als het kattenvoer te kunnen betalen. Gelukkig
zijn sommige bedrijven bereid om de kosten voor hun rekening te nemen. Wij
streven ernaar om zoveel mogelijk katten in het uitgestrekte industriegebied
in kattenhuizen onder te brengen. Een paar jaar geleden werden deze verwilderde
katten nog bejaagd. Maar omdat het nu bedrijfskatten zijn geworden, is bejaging
niet meer wettelijk toegestaan. De jagers die hun jachtterrein in het industriegebied
hebben, zijn er dan ook door de Provincie op gewezen dat ze niet meer op katten
mogen jagen!
Eind goed, al goed. En hoe is het nu met Mieuwtje? Nadat haar twee lapjesdochters door lieve dierenvrienden waren geadopteerd, wilde Mieuwtje niet meer eten en werd ziek. Ze zocht haar 2 verdwenen kittens overal, terwijl die toch pas na 11 weken uit huis waren gegaan. Ik had het lef niet om haar derde en laatste kind ook weg te brengen. Door haar te verwennen met stukjes vlees en gekookte vis is ze langzaam weer gaan eten en is het uiteindelijk goed gekomen. Mieuwtje is samen met haar zoon bij mij blijven wonen. Ik mag Mieuwtje nog steeds niet aaien, maar ze knipoogt wel naar me en daar ben ik net als zij al heel tevreden mee.
Marleen Drijgers, Werkgroep Scheldekat
(+31) (0)118-412325
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Rentmeesters van de aarde - door Ted Andrews
Heel, heel lang geleden was de draak de beschermer van de dieren. Hij was het grootste en machtigste dier van allemaal en mensen waren bang voor hem. Dat was de enigste reden dat maar weinig mensen dieren kwaad deden. Helaas hielden mensen bij het verstrijken van de eeuwen ermee op in draken te geloven. Omdat ze er niet langer in geloofden, waren ze niet meer bang voor draken.
Steeds meer dieren werden kwaad berokkend. Veel soorten verdwenen volledig. De natuur werd geschaad en respectloos behandeld. En de draak werd door dit alles bedroefd. Hij kon niet langer zijn werk doen. Dus besloot hij dat het tijd was om te vertrekken.
De draak was getrouwd met de feniks. Zij was de grote vogel van wedergeboorte die uit haar eigen as verrees. Ze zag zijn grote verdriet. Maar hoe ze het ook probeerde, ze kon hem niet troosten. Ze wist dat als hij eenmaal iets had besloten, hij dat niet zou veranderen. Toen had ze een idee. Ze wachtte en keek toe.
Ontmoedigd en gefrustreerd bereidde de draak zich erop voor zijn beschermerschap op te geven. Als mensen niet in hem geloofden, was er voor hem geen reden om te blijven. Dus ging hij tegenover de zon staan en ademde hij zijn eigen vuur en dat van de zon in. Hij begon op te zwellen en werd groter en groter. Toen explodeerde hij in miljoenen stukjes. De feniks keek met grote liefde en verdriet toe en terwijl hij explodeerde, liet ze zichzelf in vlammen opgaan. Een sterke wind greep haar as en slingerde die tussen de stukjes van de draak. Telkens wanneer een asdeeltje een stukje van de draak aanraakte, was er een vuurflits. Dan werd er een prachtige roodstaartbuizerd geboren, die door de lucht zweefde.
Tot op de dag van vandaag zit de roodstaartbuizerd op hooggelegen plekken en kijkt hij naar de wereld. Geboren uit de draak en de feniks is zijn geest nu de ware beschermer van de dierenwereld. Elke keer dat je hem hoog in een boom of op een paal ziet zitten, herinnert dat aan de bescherming van de draak en de feniks. Die bescherming leeft voort in de buizerd en leeft nog steeds voort in de wereld.
Zij die beschermers van de natuur, beschermers van dieren en rentmeesters van de aarde werden, zouden bekend worden als drakenbuizerds.